Kardoen op de grens van de tuin, maar hij is, eerlijk is eerlijk, van Wim.
Smaak: Kardoen is qua smaak een mix van artisjok, selderij en schorseneer. Bitter en toch ook een beetje zoet. De kardoen lijkt uiterlijk op bleekselderij, maar ligt qua smaak dichter bij de artisjok. De smaak is volgens anderen een kruising tussen artisjok en asperge. Het is een frisse naar bleekselderij zwemende smaak, maar veel milder. Rauw en gekookt op te dienen. Oogst u ze vroeg (september), dan zijn ze ongebleekt nog sappig en lekker mals en zoet. Voor de echte liefhebber van bittersmaken: laat oogsten (oktober) is bitter smaken, maar dan moet ze wel zorgvuldig geschild worden met een dunschiller.
Het “grote” rooien is begonnen de eerste kistjes met aardappelen staan al in de garage.
De RAJA: Een middenlaat roodschillig ras dat een hoge opbrengst geeft. De aardappelen hebben een gelijkmatige vorm. Het is een iets kruimige aardappel met een gele vleeskleur. De Raja is prima geschikt om te koken en te bakken. Hij kan zowel op zand als op kleigrond geteeld worden. Het is een goede aardappel voor winteropslag. De phytophthora resistentie in het loof is vrij goed en in de knol zeer goed. Raja voorzichtig behandelen in verband met gevoeligheid voor stootblauw.
De Coloradokever de eerste exemplaren gesignaleerd op 23 mei.
De Coloradokever (Leptinotarsa decemlineata) is ongeveer 10 mm lang en 7 mm breed en duidelijk te herkennen aan de tien overlangse zwarte strepen op de gele dekschilden (1) (volksnaam: torretje tienstreep), vijf op elk dekschild. De kever is vermoedelijk in de eerste wereldoorlog met transporten uit Amerika in Frankrijk geïntroduceerd. De kever kwam in 1922 in de omgeving van Bordeaux zeer veel voor, en heeft zich van daaruit over Europa verspreid. Door de grote vraatzucht van vooral de larven kan bij massaal optreden grote schade aan aardappelgewassen worden aangericht. Bestrijding van deze kever is daarom wettelijk verplicht gesteld.












